Foodtrucktrends

Foodtruck Mister Mais Guy

Foodtruck Mister Mais Guy

Foodtrucks. Wie kent ze niet? De lezers van dit blog in ieder geval, als is het maar van de plaatjes (voor de niet-oplettende lezer: er staat er ééntje naast deze alinea). Je kunt de foodtrucks inmiddels al weer heel wat jaren in Nederland vinden en de festivals speciaal voor foodtrucks zijn niet meer op twee handen te tellen. Ook het lange zonnige (en sommige dagen bloedhete) Hemelvaartsweekend van 2017 stond weer bol van de foodtruckfestivals – en andere evenementen, maar daar ga ik het niet over hebben, dit is een foodblog. Of op zijn minst een poging.

Natuurlijk is het Hemelvaartweekend (inmiddels traditioneel) het Weekend van de Rollende Keukens in het Westerpark in Amsterdam. Begonnen met een paar simpele wagens en een stapel parkeervergunningen en uitgegroeid tot misschien wel het grootste foodtruckfestival ter wereld met dit jaar maar liefst 115 foodtrucks en een evenementenvergunning van 80 pagina’s. Veel gekopieerd en zelden geëvenaard, al deed Amsterdam Kookt op de NDSM-werf vorig jaar een heel aardige poging vond ik.

Na zoveel jaren foodtruckfestivals kun je wel een beetje trends gaan ontdekken, al zijn de organisatoren van de Rollende Keukens, Mister Kitchen, daar waarschijnlijk veel beter in dan ik. Toch ga Ik een poging wagen, op basis van wat ik op Hemelvaartsdag in het Westerpark heb gezien en dat vergeleken met vorige jaren en andere festivals. Ik moet daar wel een klein voorbehoud maken: met honderden foodtrucks in Nederland, en waarschijnlijk net zoveel aanmeldingen voor de Rollende Keukens, is het selectiebeleid van de organisatie natuurlijk ook bepalend voor de daar zichtbare trends.

Met de 115 foodtrucks op Rollende Keukens die samen zo’n beetje iedere keuken wel vertegenwoordigen (met uitzondering van de Hollandse Chinees (OMG, een foodtruck met goede babi pangang, wie komt daar mee?!)) is het aanbod veel afwisselender dan vroeger, maar lijken er ook wel wat dingen te verdwijnen. Laten we die dan maar eerst even noemen.

Wat is geweest?

Het broodje pulled pork is een beetje over z’n hoogtepunt heen in Amsterdam. Misschien zijn er nog delen van Nederland waar je mensen nog uit moet leggen wat pulled pork is omdat ze het niet kennen, maar dat geeft niet, dan hebben de pulled pork foodtrucks ook nog een plek om heen te gaan, maar struikelen over de pulled pork deed je in Amsterdam in ieder geval niet meer dit jaar.

Op zijn retour: ambachtelijke frietenfoodtrucks

Op zijn retour: ambachtelijke frietenfoodtrucks

Ook niet meer zo alomtegenwoordig: ambachtelijke frieten. Logisch, want welke zichzelf respecterende stad heeft nu niet een Frietwinkel, Frietboutique of luxe Friterie. Daarvoor hoef je niet meer naar een foodtruckfestival, en een friettruck hoeft dus ook niet meer naar een festival.

Broodjes hamburger heb ik ook niet veel gezien in Amsterdam. Het is hiermee net als met goede frieten: op iedere hoek zit tegenwoordig een Burgerbar, Meneer Smakers , een Fa. Pickles of een [vul hier je lokale ambachtelijke burgerboer in]. De luxe burger is dus mainstream gegaan, en dat vind ik top – bij de grote ketens kom ik alleen nog voor een paar guilty pleasures zoals de Egg McMuffin (maar die kan ik natuurlijk ook zelf gaan maken met deze video als handleiding.

Wat gaat er komen?

Wat is er dan in opkomst? Wat in ieder geval nog niet weg is, is saté. Nu is saté er natuurlijk al lang maar vroeger zag je het vooral op de Pasar Malam of de vrijmarkt (ja, en het Chin. Ind. Spec. Rest.), maar je ziet het ook heel erg veel op de foodtruckfestivals. Maar niet alleen daar: steeds meer grote steden kennen satérestaurants, satébarren of satéhutten, of hoe je die dingen ook moet noemen. Denk daarbij aan Satébar in onder andere Amsterdam, Rotterdam en Den Haag (zelfs op de stations te vinden), of Saté-man die zelfs nu een restaurant – pardon, Saté-Lab – in Rotterdam is begonnen. Volop Rollende Keukens met saté in Amsterdam, natuurlijk met kipsaté en saté van varken, maar ook geit (saté kambing). Ik hoop dan weer een beetje dat ze daar dan geitenbokjes voor gebruiken… En niet alleen in Nederland is saté hip, ook in New York doet saté het goed, zoals blijkt uit dit artikel van de Amerikaanse website Eater.com.

Andere trends? De pokébowl. De wat? De pokébowl. Je spreekt het uit als ‘pokaybowl’ en het komt uit Hawaï (dus niet uit Japan, voor wie dacht dat je Pokemons kon eten). Een pokébowl is een kom met rijst, vlees of (rauwe) vis (vega kan natuurlijk ook), groenten, toppings en een dressing. Denk bijvoorbeeld aan rijst, zalm, komkommer, zeewier, edamame boontjes, wortel en Japanse rettich, sriracha mayo, sesam-mix, lente uitjes en furikake (een Japanse kruidenmix) (dank aan Poké Bowl voor deze menusuggesties). Het grappige van deze trend is dan weer dat deze trend echt uit de VS en Canada, via Engeland, is aan komen waaien, en niet alleen op foodtruckfestivals de pokébowl te vinden is, maar ook in de grote steden een grote opmars maakt. In korte tijd openden in Utrecht bijvoorbeeld Poké Delicious en Poké Perfect hun deuren. De pokébowl wordt ook vaak gecombineerd met de sushirito, een kruising tussen sushi en ja, je raadt het al, de Mexicaanse burrito.

Tostibar De Tweede Jeugd serveerde een Tosti Kimchi

Tostibar De Tweede Jeugd serveerde een Tosti Kimchi

Wat ook helemaal in opkomst lijkt (eindelijk), is de Koreaanse keuken. Een keuken waarvan al jaren wordt gezegd dat die hot, happening en upcoming is, maar die tot nu toe aan Nederland een beetje voorbij lijkt te gaan. Toch komen er wel steeds meer Koreaanse restaurantjes en initiatieven bij in Nederland: minirestaurant Supersauer in de Markthal, restaurant Gamasot, cateraar-met-restaurantambities Bapboss (alle drie in Rotterdam) en Mokbar in Hilversum, maar verder was er nog weinig reuring rondom de keuken van kimchi en gochujang. Dat is jammer, want de Koreaanse keuken is heel erg interessant. Verschillende foodtrucks op Rollende Keukens serveerden nu Koreaanse gerechten, of die daarop geïnspireerd zijn (Seoul Cheesesteak of een Tosti Kimchi) zodat meer mensen kennis hebben kunnen maken met de Koreaanse keuken. Gaat het nu dan echt gebeuren? Ik hoop het!

Ook gespot op de Rollende Keukens: Ramen. Oftewel Japanse noedelsoep, met vulling. Ook die trend is via Amerika en Engeland naar Nederland overgekomen en je ziet steeds meer Japanse noedelsoep restaurants. En nu dus ook foodtrucks. Ik verwacht dat de foodtrucks niet lang stand zullen houden, een kom soep met noedels eet toch minder makkelijk op een festival, en van een bord nòg lastiger, zoals ik in Amsterdam zag. Voor de restaurants zie ik wèl een mooie toekomst.

Betrekkelijk nieuw in Nederland: variatie in gevogelte. Nederlanders zijn gek op kip, maar gans en eend, dat is toch allemaal wat minder. De eend zit echter in de lift (nee, hij zit steeds vaker in de pan). Steeds meer foodtrucks specialiseren zich in dit lekkere vogeltje. Op Rollende Keukens dus bitterballen met eend, gestoomde broodjes met Peking eend bij bijvoorbeeld de Duck Truck, en elder ook rillette van eend en ook heb ik in een hoek The Donald gespot – een burger met eendenvlees. Ik verwacht dat we meer eend gaan zien de komende jaren. Ik weet eigenlijk niets van de eendenfok, maar hoop dat die diervriendelijker is dan de industriekippen, maar dat terzijde.

Foodtruck The Arepa Republic in Toronto, 2016

Foodtruck The Arepa Republic in Toronto, 2016

Nog een trend? Zuid-Amerikaans en Caraïbisch. En dan hebben we het met name over Antilliaans, Surinaams en, opmerkelijk, Venezolaans. De achtergrond van de opkomst van de Surinaamse en Antilliaanse keuken lijkt me duidelijk, gezien onze (overigens niet al te fraaie) historie met die (ei)landen, Venezolaans is niet heel erg voor de hand liggend denk ik. En ik weet ook niet zo goed waar dat vandaan komt (ja, Venezuela, duh…), maar ook in Toronto en vast en zeker op meer plekken in Noord-Amerika is het heel erg geliefd. Op Rollende Keukens stonden minstens twee foodtrucks met Venezolaanse gerechten, één foodtruck kwam zelfs uit Italië! Ook de Argentijnse grill deed goede zaken in Amsterdam (eigenlijk een restauranttak die in dit geval een overstap maakt naar de foodtruck), en ook de Jamaicaanse kip was populair. Van de Jamaicaanse keuken verwacht ik overigens nog wel het nodige de komende jaren, want die is, samen met de rest van het Caraïbisch gebied best interessant.

Als allerlaatste trend wil ik toch ook nog even de vegetarische en veganistische keuken noemen. Ook die zie je steeds meer, al krijgen die nog niet zoveel klandizie als de ‘vleeskarren’. Het is ook niet makkelijk om niet-vlees gerechten te verkopen aan een grotendeels vleesetend publiek. Het feit dat ook deze karren er nog steeds zijn (en dat er steeds meer vegetarische gerechten op de menu’s van reguliere foodtrucks verschijnen), wil ook wel wat zeggen over de populariteit daarvan. Of op zijn minst over de acceptatie van minder vlees eten.

Conclusie

De korte samenvatting (voor mensen die meer dan 1500 woorden te veel vinden) luidt dus: pulled pork, friet en hamburgers zijn uit. Saté, pokébowls, Koreaans, eend en Zuid-Amerikaans/Antiliaans zijn hip of in ieder geval up-and-coming.

De groeiende variatie aan opties op foodtruckfestivals vind ik fantastisch, zo is er steeds meer te kiezen – al wordt dat soms ook wel moeilijker, maar dat is een luxe probleem. Ik wil alleen nog een foodtruck met goede babi pangang. Dan hoef ik verder ook niet meer te kiezen. Ik zet gewoon mijn tentje voor die kar op en eet driemaal daags een portie.

Ben je dit weekend niet aan een foodtruckfestival toegekomen, of smaakte het naar meer: ook het komende Pinksterweekend rollen er weer keukens het hele land door naar een festival bij jou in de buurt. Kijk maar even in mijn foodfestivalkalender waar je dit weekend kunt smullen.