Tong Tong Fair

Niet alleen eten en cultuur vind je op de Tong Tong. Ook spulletjes. Veel spulletjes.

Niet alleen eten en cultuur vind je op de Tong Tong. Ook spulletjes. Veel spulletjes.

Ik was er nog nooit geweest: de Tong Tong Fair op het Malieveld in Den Haag. Wie al een aantal jaren niet is geweest: dat was vroeger de Pasar Malam Besar, sinds 2009 heet het Indisch culturele festival Tong Tong Fair. Toch was die naam toen ook niet nieuw, want het evenement begon, 60 jaar geleden, als Pasar Malam Tong-Tong. Oorspronkelijk was het evenement ook bedoeld om geld op te halen voor de Indische Kunstkring Tong-Tong. Vandaar dus – en niet zoals ik dacht ”tong tong’, dat gaat allemaal over eten’. De Tong Tong Fair gaat óók over eten, want eten is een deel van de Indische cultuur, maar het gaat over veel meer. Het gaat over geschiedenis, het gaat over het heden, het gaat over muziek, dans, kunst, noem maar op. En ja, de Tong Tong Fair is óók een bazar waar je allerlei spulletjes kunt kopen die iets met die (eet)cultuur te maken hebben – een enkele keer ook niet.

Voor mij was het dus de allereerste keer. Voor iemand die zich veel met eten bezig houdt (gemiddeld vaker dan 3x per dag) is dat misschien opmerkelijk. Maar om de één of andere reden kwam het er niet van. Geen tijd, op vakantie, ongemerkt aan me voorbij gegaan. Dit jaar was er echter ook een kookworkshop met de Maleisische chef Norman Musa en dat leek me erg interessant, dus zo kon ik twee vliegen in één klap slaan.

Een andere reden waarom ik er nooit eerder geweest ben, is misschien ook wel dat ik geen directe banden heb met de Indische cultuur. Ik heb er volgens mij op school ook niet echt veel over meegekregen (ex-klasgenoten mogen zich vrij voelen me tegen te spreken in de comments) en misschien is het ook wel uit een soort schaamte over wat we als Nederland destijds daar hebben uitgespookt (of nagelaten) dat ik wat afstand heb bewaard.

De Tong Tong Fair gaat overigens óók over die geschiedenis. Dit jaar uiteraard ook over de historie van 60 jaar Tong Tong Fair, maar er is in de centrale hal ook een interessant expositie over de eerste jaren na de onafhankelijkheid van Indonesië en de vragen, problemen en moeilijkheden die dat voor een deel van de bevolking met zich meebracht. Wel of niet in Indonesië blijven, dat was geen eenvoudige vraag. Als je na 1892 Nederlander was geworden dan mocht het ook niet zomaar, als ik het goed begrepen heb, en in Nederland zat de regering ook niet te wachten op een grote toestroom van Indische mensen vanwege de ‘cultuurverschillen’ (de overeenkomsten met de uitspraken die sommige politici nu doen zijn frappant). Heel leerzaam, vond ik zelf – ook al heb ik niet alles onthouden.

Uiteraard valt er nog veel meer te vertellen over de Tong Tong Fair, maar ik wil het nu dan toch echt even hebben over het eten (het is een foodblog (soort van), dus dan mag door ook best de focus liggen, dacht ik zo).

Saté Kambing op de grill bij Satébar.

Saté Kambing op de grill bij Satébar.

Aan eten en drinken, namelijk, ontbreekt het zeker niet. Uiteraard is er genoeg te drinken, maar we komen voor het eten. De Tong Tong Fair heeft een hele ‘Eetwijk’ ingericht, stampvol met restaurantjes en ‘waroengs’ – een waroeng is een typisch klein Indonesische familiebedrijfje / restaurant – waar je vanalles kunt proeven. Natuurlijk saté (varken, kip, geit), en diverse soorten nasi en bami, maar ook soep (soto ayam), een soort indonesische omelet (martabak – had er nog nooit van gehoord) en nog veel en veel meer. Ik heb twee tips: zorg dat je honger hebt en zorg dat je met een paar mensen gaat, want dan kun je echt van alles wat proeven.

De beruchte stinkerd Doerian.

De beruchte stinkerd Doerian.

In het bazargedeelte valt er ook nog genoeg te proeven, te eten en te kopen. Er was zelfs een hoek waarin een enorme stapel durians lag. Die dingen hebben de reputatie enorm te stinken. Je rook ze heel erg goed inderdaad. Het was een erg penetrante geur, maar ‘stinken’ kon ik het nog niet noemen. Misschien lagen ze nog niet lang genoeg. Uiteraard vind je een boel kraampjes met spekkoek en sambals en nog allerlei ander Indisch lekkers dat ik nauwelijks ken. Ik heb dus vooral geleerd dat ik ook culinair eigenlijk verdraaid weinig weet – veel verder dan nasi goreng, sambal goreng boontjes en saté kom ik geloof ik niet, moet ik tot mijn schaamte bekennen. Terwijl ik het wel heel erg lekker vind. In ieder geval heb ik tijdens dit bezoek de martabak leren kennen, dus er zit vooruitgang in.

De Tong Tong Fair is dit jaar t/m 3 juni, dus het kan zomaar zijn dat je er dit jaar niet meer aan toekomt. Ga dan vooral in 2019, al was het maar voor de foodexperience, al is de historische informatie ook erg interessant. De bazar met allemaal ‘spulletjes’ kon mij (nog) niet zo bekoren, maar het past ook gewoon niet in het interieur (letterlijk en figuurlijk), en ook het hele culturele gedeelte heb ik (nog) niet echt een klik mee, maar misschien komt dat in de toekomst nog wel. Je kunt er in ieder geval lekker eten – en dat is ook cultuur.